Werkplein op raadhuis heeft nu ‘taalpunt’

3232_fullimage_gemeentehuis_570x317Een taalhuis, taalcafé, taalpunt, taalcoach en misschien is het rijtje niet compleet. Amstelveen bewandelt steeds meer wegen om laaggeletterdheid te lijf te gaan. Na de opening van het taalcafé in de bibliotheek was wethouder Maaike Veeningen (d66) donderdag bij de start van het taalpunt als onderdeel van het Werkplein in het raadhuis, waar werklozen kunnen proberen te re-integreren op de arbeidsmarkt.

“Het Taalhuis komt naar u toe”, vatte directeur Frans Huissen van de Vrijwilligerscentrale het streven van de gemeente samen. En Veeningen hield degenen die menen dat taalarmoede vooral bij al dan niet ingeburgerde vluchtelingen zit uit de droom. Want 65% van hen heeft gewoon een Nederlandse achtergrond.

Wethouder Gertjan van der Hoeven, de Aalsmeerse collega van Veeningen, kwam met taalpunt-31 kopietaalcaoch Cornelia plus haar cliënte Ruba uit Syrië (het was overigens verboden haar te fotograferen) op de proppen. Ruba bleek na drie jaar in dit land te zijn perfect Nederlands te spreken. Volgens haar eigen zeggen door te praten met de taalcoach. Want door die leert zijn, in gesprekken, toch meer van het Nederlandse idioom dan via de officiële lessen bij de inburgering. Cornelia, om een of andere reden bewust niet via een microfoon sprekend, pleitte dan ook voor een koppeling van de inburgering aan een taalcoach. En Ruba zei allerlei woorden door de coach te hebben geleerd die ‘nodig zijn in het leven’. Ze werkt nu bij de HEMA. “Ik ben blij”, zei ze. Volgens Cornelia zouden alle aanwezigen taalcoach moeten worden, een vrijwilligersbaan, vandaar Huissen van de Vrijwilligerscentrale blijkbaar.

Oost Europa

Die vroeg hoe het taalkundig gaat met de velen uit Oost Europa die in tuindersdorp Aalsmeer werken. Vaak zijn ze van plan kort te blijven voor het verdienen van geld, maar het wordt uiteindelijk toch een langer verblijf. Leren ze de taal dan? “Heel eerlijk gezegd: nee”, zei Van der Hoeven. “Maar we zijn op de goede weg.”

Waarna Nadèr ut Libanon zijn succesverhaal in goed Nederlands vertelde. Maar hij is getrouwd met een Nederlandse. Tegenwoordig werkt hij na een snelle studie bij vertaalbureau Concode.

 

 

 

Lees ook:Taalcoaches voor vluchtelingen gezocht
Lees ook:Koops: ‘Vrijwilligers maken het verschil’
Lees ook:Grote behoefte aan taalcoaches
Lees ook:Taalhuis viert 1-jarige bestaan
Lees ook:Drie genomineerden voor ‘Vrijwilliger van het jaar’

3 reacties op “Werkplein op raadhuis heeft nu ‘taalpunt’

  1. Taartaartje

    Kan iemand mij vertellen waarom die taalcoach een vrijwilliger moet zijn? En niet gewoon betaald wordt? Is toch fatsoenlijk werk?

      /   Beantwoorden  / 
    1. Frank

      Ik ben zelf taalcoach en je werkt gewoon één op één. Je ” leerlingen” passen in 90% van de gevallen gewoon het Nederlands toe wat ze elders hebben geleerd. Zo activeer je het geleerde. Tevens doe je wat aan accentverbetering en woordenschatvergroting. Je doet dit omdat deze mensen vaak een heel klein Nederlands netwerk hebben, dus geen oefening in de praktijk. Dit is gewoon geen betaalde baan, aangezien je ook geen product levert wat te meten is. Een leerkracht moet echt bepaalde resultaten kunnen overleggen. Je hebt er trouwens geen scholing voor nodig, enkel wat gezond verstand , want nagenoeg iedereen kan het.

        /   Beantwoorden  / 
  2. frank

    Er zullen altijd mensen zijn die in betrekkelijke korte tijd een vreemde taal leren. Dat is een kwestie van aanleg en omstandigheden. Daarom zeggen die toespraakjes van niet-Nederlandstaligen niet zo veel. Men dient er ook rekening mee te houden dat statushouders een achtergrond hebben van analfabeet tot universitair geschoold .
    Om Nederlandse laaggeletterden iets aan te leren is echt iets gespecialiseerds, omdat er vaak achterliggende problemen zijn waarom zij dit niet kunnen. Dit kan een vrijwilliger niet met 2 uurtjes per week opvangen. Meestal zullen hier beroeps aan te pas moeten komen D.w.z natuurlijk niet zeggen dat een vrijwilliger in zo’n traject niet als tutor kan optreden.
    Ook vind ik het vreemd dat er bij het Taalhuis geen verschil wordt gemaakt tussen mensen die ( waarschijnlijk) lang hier blijven of die hier tijdelijk werken. ( en meestal nog in een Engels talige omgeving) , vooral als je in ogenschouw neemt dat de eerste groep zo snel mogelijk aan het werk moet, waarbij het Nederlands wel verplicht is, opdat deze mensen zo kort mogelijk van de ( aanvullende) bijstand gebruik zullen maken tevens omdat er een schreeuwend tekort aan vrijwilligers schijnt te zijn.

      /   Beantwoorden  / 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.